Samenstellen Informatie over Bijwerkingen
behandelschema bijwerkingen behandelwijzer printversie 
behandelplannen



behandelplan(-nen):


toon

 

Carboplatin / Paclitaxel 3-wekelijks Ovariumcarcinoom


Landelijke informatie

Behandelschema


Deze kuur bestaat uit twee verschillende medicijnen. Daarnaast kunnen nog enkele andere medicijnen voorgeschreven worden. Deze dienen als ondersteuning van de behandeling, bijvoorbeeld om bijwerkingen te beperken.

 

Medicijn

Dag 1

Dag 2 t/m 21

Wijze van toediening

Paclitaxel

    X

Rust

Infuus

Carboplatin

    X

 

Infuus

 

De volgende kuur start in principe 3 weken na dag 1, als de bloeduitslagen goed zijn.

Middelen
  • Carboplatine
  • Paclitaxel
Beschermende maatregelen ten aanzien van excreta, voor:
  • Carboplatine: 4 dagen
  • Paclitaxel: 2 dagen

Bijwerkingen en adviezen

  • Beenmerg - bloedarmoede
  • Beenmerg - leukopenie
  • Beenmerg - trombocytopenie
  • Bloeddruk - verlaagde
  • Darmen - diarree
  • Darmen - verstopping
  • Gehoorafwijkingen
  • Grieperig gevoel, spierpijn
  • Haar - kaalheid
  • Leverfunctiestoornis
  • Misselijkheid en braken
  • Mond en lippen (pijnlijke)
  • Nierfunctiestoornis
  • Overgevoeligheid (allergie)
  • Zenuwstelsel - perifeer
Beenmerg

Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.

 
Beenmerg - bloedarmoede

Bloedarmoede is een tekort aan rode bloedcellen (erytrocyten) en wordt ook wel anemie genoemd.

U hebt een verhoogde kans op:

  • kortademigheid en vermoeidheid, zelfs als u maar heel weinig hebt gedaan
  • het zwart voor de ogen zien bij opstaan uit bed of stoel
  • bleekheid, lusteloosheid
  • duizeligheid, hoofdpijn
  • niet goed kunnen slapen of niet goed kunnen concentreren
  • hartklachten of hartkloppingen
  • koud gevoel, transpireren

Advies

u kunt hier zelf niets aan doen, ook niet door anders te gaan eten dan u gewend bent. Daarom is het raadzaam om bij bovengenoemde klachten contact op te nemen met uw behandelend arts.

 
Beenmerg - leukopenie

Leukopenie is een tekort aan witte bloedlichaampjes (leukocyten) in uw bloed. Witte bloedlichaampjes zorgen voor afweer tegen infecties. Bacteriën of ziekten die voor de gezonde mens weinig gevaar opleveren, kunnen bij u –omdat u wat kwetsbaarder bent- tot heftige reacties leiden met hoge koorts. Ongeveer tussen de 10e en de 15e dag na het starten van de kuur hebt u de minste witte bloedlichaampjes. Dit heet een dipperiode. Daar kunt niets tegen doen. Er is wel een aantal maatregelen dat u kunt nemen om de kans op infecties in zo’n periode zoveel mogelijk tegen te gaan. Een infectie is onder andere te herkennen aan een lichaamstemperatuur van 38,5 ºC of hoger, soms met koude rillingen.

Afhankelijk van de plaats waar de infectie zit, kunnen dan de volgende klachten ontstaan:

  • slijm ophoesten
  • pijn bij het plassen
  • troebele urine
  • vaker plassen
  • pijnlijke plekken in de mond of pijn bij het slikken
  • buikpijn
  • diarree

Advies
  • als u een van bovengenoemde klachten heeft meet dan uw temperatuur
  • als u een van bovengenoemde klachten heeft en/of een temperatuur van 38,5 °C of hoger, neem dan contact op met uw behandelend arts

Volg in ieder geval de volgende adviezen op:

  • zorg voor een goede lichaamshygiëne (ga een keertje vaker onder de douche of in bad)
  • controleer eventuele wondjes op ontstekingsverschijnselen: roodheid, warmte, zwelling en pijn
  • een goede mondverzorging is belangrijk (zie hiervoor de informatie over de mondholte)
  • probeer vooral in de dipperiode uzelf te beschermen tegen infecties van buitenaf; ga mensen die verkouden zijn of griep hebben zo veel mogelijk uit de weg. Plaatsen waar veel mensen bij elkaar zijn, zoals het openbaar vervoer, winkels, voetbalstadia en kerken kunt u in deze periode beter mijden. Als u toch maar een belangrijke gebeurtenis of bijeenkomst toe moet, neem dan bovengenoemde maatregelen

Uw voeding kan ook een infectiebron zijn, houd hier rekening mee bij wat u eet tijdens een dipperiode.

 
Beenmerg - trombocytopenie

Trombocytopenie is een tekort aan bloedplaatjes (trombocyten) in het bloed. Bloedplaatjes spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling. Door een daling van het aantal bloedplaatjes is het bloed dunner en stolt het minder snel.

U hebt een verhoogde kans op:

  • een neusbloeding die langer aanhoudt
  • blauwe plekken
  • bloed bij plassen
  • bloed bij hoesten
  • bloedend tandvlees
  • puntvormige bloedinkjes in de huid
  • bloed bij braken
  • bloed in de ontlasting
  • bij vrouwen kan de menstruatie anders zijn

In uitzonderlijke gevallen treden er spontane bloedingen op.


Advies

Als u een van bovengenoemde klachten heeft, neem dan contact op met de behandelend arts.

En let vooral goed op de volgende adviezen:

  • pas op met stoten (blauwe plekken) en krab geen wondjes open
  • als u een wondje heeft, druk dit dan een tijdje stevig dicht (bijv. met een steriel gaasje)
  • gebruik geen scherpe voorwerpen (elektrisch scheren is beter dan met een mesje)
  • probeer de ontlasting soepel te houden door veel te drinken
  • gebruik bij het tandenpoetsen een zachte borstel
  • neem de temperatuur op onder de arm of met een oorthermometer
  • de menstruatie zal over het algemeen heviger zijn, maar kan als u chemotherapie heeft soms ook wegblijven
 
Bloeddruk

Door de behandeling kan uw bloeddruk veranderen.

 
Bloeddruk - verlaagde

Als u lage bloeddruk heeft, zult u dat het vaakst merken bij plotseling opstaan. U voelt zich slap en duizelig. Soms kunt u zelfs flauwvallen.


Advies
  • meld klachten die wijzen op een verlaagde bloeddruk aan bij uw behandelend arts
  • u kunt de klachten verlichten of proberen te voorkomen door rustig op te staan of langzaam van houding te veranderen en niet plotseling te bewegen.
 
Darmen

Door de behandeling kunt u last krijgen van uw darmen. Iedereen heeft een ander ontlastingspatroon. Het is belangrijk dat uw stoelgang regelmatig is en niet te veel afwijkt van het patroon waaraan u gewend bent.

 
Darmen - diarree

Diarree is een waterige dunne ontlasting die meer dan 4 keer per dag voorkomt. De opname van vocht en voedingsstoffen in uw darmen is dan verstoord. Dat komt door irritatie van het slijmvlies van de darm en door een verandering in de stofwisseling van de dunne darm. Bij diarree worden voedingsstoffen in de darmen minder goed opgenomen.

U kunt last hebben van de volgende klachten:

  • buikpijn/buikkrampen
  • vaak aandrang om het toilet te bezoeken
  • dunne ontlasting

    • Advies
    • als u last heeft van diarree is het belangrijk dat u veel drinkt om het vochtverlies aan te vullen en op peil te houden. Dit betekent dat u ongeveer 2 liter per dag moet drinken; dit zijn 16 kopjes of 14 bekers
    • het beste is om water, thee, bouillon (vooral zout) te drinken om de tekorten aan te vullen die de diarree veroorzaken
    • probeer prikkelende of scherpe voeding te vermijden. Eet geen grote maaltijden en geen vet, geen grove vezels en gasvormende producten, zoals ui, knoflook, kool, prei. Drink geen koolzuurhoudende drank (met prik), geen koffie en geen alcohol
    • een stoppend dieet heeft geen effect
    • vraag zo nodig advies aan een diëtist

        Neem bij de volgende klachten contact op met uw behandeld arts:

      • als u diarree heeft die langer dan 24 uur aanhoudt
      • als er bloed bij de ontlasting zit
      • als u diarree heeft in combinatie met braken
        •  
          Darmen - verstopping

          Klachten bij verstopping zijn:

          • harde en droge ontlasting
          • persen bij stoelgang
          • opgezette buik
          • buikpijn/darmkrampen
          • verminderde eetlust door een vol gevoel

          Advies
          • zorg dat u voldoende drinkt, minstens 2 liter per dag, dit zijn 16 kopjes of 14 bekers per dag
          • eet vezelrijk (indien mogelijk)
          • raadpleeg eventueel een diëtist voor advies
          • probeer zoveel mogelijk te bewegen als u het kunt
          • zo nodig kan uw behandelend arts medicijnen voorschrijven om de stoelgang te bevorderen

          Neem bij de volgende klachten contact op met uw behandelend arts:

          • als u langer dan 2 dagen geen ontlasting heeft gehad
          • als u hevige buikkrampen heeft
           
          Gehoorafwijkingen

          Door de behandeling kan het zijn dat u slechter hoort dan u gewend bent en u kunt oorsuizingen hebben. Met behulp van een audiogram (gehooronderzoek) worden de klachten onderzocht (gemeten) en wordt geprobeerd gehoorverlies in een vroeg stadium te voorkomen of in ieder geval te beperken.


          Advies
          • u kunt zelf niets doen om deze klachten te voorkomen. Oorsuizingen gaan meestal vanzelf over. Maar doofheid gaat niet van zelf over. Als u dus klachten heeft aan uw gehoor is het belangrijk om deze met uw behandelend arts te bespreken.
           
          Grieperig gevoel, spierpijn

          Door de behandeling kunt u een grieperig gevoel krijgen, met verschijnselen van:

          • algehele malaise
          • koorts
          • hoofdpijn
          • verminderde eetlust
          • spierpijn en pijn in de botten

          Het grieperig gevoel is meestal van korte duur. Het begint enige uren na de toediening van de medicijnen, houdt 1 tot 2 dagen aan en verdwijnt meestal weer spontaan.


          Advies
          • neem de temperatuur op wanneer u zich niet goed voelt of last heeft van koude rillingen. Een temperatuur van 38,5 ºC of meer of een aanhoudende lichte temperatuurverhoging kunnen wijzen op een bijkomende infectie; neem in dat geval contact op met uw behandelend arts.
          • gebruik ter bestrijding van hoofdpijn, spierpijn en pijn in de botten 500 mg tot 1000 mg paracetamol (maximaal 3 maal daags tot een maximum van1000 mg)
          • wanneer de griepverschijnselen in de dagen na de behandeling erger worden of niet verbeteren, moet u contact opnemen met uw behandelend arts.
           
          Haar

          Door de behandeling kan uw haar uitvallen. Door haaruitval kunt u een gevoelige of pijnlijke hoofdhuid krijgen.

          Als de behandeling is gestopt, zal uw haar na ongeveer een maand weer gaan groeien. Meestal is de haargroei na enkele maanden goed hersteld.

           
          Haar - kaalheid

          U kunt zelf niets doen om haaruitval te voorkomen.

          Voorkomende verschijnselen kunnen zijn:

          • behalve hoofdhaar kunnen ook wenkbrauwen, wimpers, oksel-, lichaams- en schaamharen uitvallen
          • wanneer uw haar weer aangroeit, kan het anders zijn dan uw oorspronkelijke haar was, zoals: de kleur, het haar kan sluiker zijn of juist meer slag hebben; meestal is dit tijdelijk
          • haaruitval begint meestal enkele weken na toediening van medicijnen
          • uw hoofdhuid kan gevoelige of pijnlijke aanvoelen
          • uw hoofdhaar zal eerder en sneller uitvallen dan uw lichaamshaar
          • uitvallen van veel haar tegelijk vinden de meeste mensen heel vervelend; het haar kort knippen kan dan een oplossing zijn.

          Advies
          • als uw haar is uitgevallen, kunt u een pruik dragen
          • een pet, hoed, sjaal of muts kan een goed alternatief of een leuke afwisseling zijn
          • bij haaruitval kan een haarwerkspecialist u helpen bij het kiezen van een haarstukje of pruik
          • vraag om advies voordat uw haar dunner wordt, dan is goed te zien welke coupe en kleur u gewend bent
          • neem iemand mee die u goed kent en die weet wat u belangrijk vindt bij het kiezen van een pruik; een haarwerkspecialist kan u bovendien informeren over het onderhoud van de pruik
          • uw eigen kapper en de verpleegkundigen zullen u informeren over adressen van haarwerkspecialisten. Synthetische pruiken zijn vaak net zo mooi als pruiken van echt haar. Ze zijn bovendien lichter van gewicht, makkelijker in onderhoud en goedkoper. Laat u in ieder geval goed voorlichten. (Een deel van) de kosten voor een pruik of haarstukje wordt vergoed door uw ziektekostenverzekeraar. Informeer ernaar voordat u iets koopt.

          Zie ook de website http://www.goedverzorgdbetergevoel.nl/

           
          Leverfunctiestoornis

          Door de behandeling kan de leverfunctie verstoord raken. Stoornissen van de leverfunctie zijn vaak te zien aan afwijkingen in het bloed. Daar zult u in eerste instantie niet veel van merken. Pas bij ernstige leverfunctiestoornissen kunt u klachten krijgen als vermoeidheid, complete malaise of u krijgt geelzucht.

          Als er leverfunctiestoornissen optreden, kunnen die het verloop van de behandeling veranderen. U krijgt bijvoorbeeld een lagere dosis toegediend of de behandelend arts schrijft een ander middel voor.

          Leverfunctiestoornissen kunnen ontstaan na toediening van de eerste medicijnen.


          Advies
            • als u klachten heeft die (kunnen) wijzen op ernstige leverfunctiestoornissen, meldt dit dan aan uw behandelend arts.
             
            Misselijkheid en braken

            Door de behandeling kunt u last krijgen van misselijkheid en braken.

            U kunt de volgende klachten krijgen:

            • kokhalzen en braken
            • weinig of geen eetlust
            • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn
            • buikpijn of -krampen, opgezette buik, rommelingen in de buik
            • dorst

            Medicijnen kunnen misselijkheid en braken verminderen of voorkomen. Het is belangrijk dat u de medicijnen altijd inneemt zoals u met uw behandelend arts hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om de medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.


            Advies
            • gebruik vaker een kleine maaltijd
            • pas de maaltijden aan, neem geen producten die de misselijkheid vergroten
            • drink veel, tenminste 2 liter per dag.

             

            Het is raadzaam om contact op te nemen met uw behandelend arts bij de volgende klachten:

               

            • ernstig en aanhoudend braken gedurende 24 uur of langer
            • als u niet voldoende kunt drinken, minder dan 1½ liter per dag (dat zijn 16 kopjes of 14 bekers)
            • als u tekenen van uitdroging vertoont; dit merkt u aan een droge mond, droge huid, weinig of niet meer kunnen plassen en donkere kleur urine.
             
            Mond en lippen (pijnlijke)

            Door de behandeling kunt u last krijgen van irritatie, beschadiging of ontsteking van het mondslijmvlies en u kunt last krijgen van tandbederf.

            Klachten waaraan u merkt dat het mondslijmvlies is veranderd zijn:

            • droge mond en brandend gevoel
            • gevoeligheid voor de temperatuur van eten en drinken
            • gevoeligheid bij het eten of drinken van zure of gekruide spijzen en dranken
            • snel bloedend tandvlees
            • slechte adem

            Het is belangrijk om bij deze problemen uw mondholte goed te verzorgen.


            Advies
            • overweeg voor het starten van de behandeling naar de tandarts te gaan, voor een goed verzorgd en gezond gebit
            • als u tijdens de behandeling naar de tandarts moet, meld dan altijd dat u chemotherapie krijgt.

             

            Tips voor een goede mondverzorging:

            • 2 tot 4 keer per dag tanden poetsen
            • gebruik een zachte tandenborstel, eventueel een elektrische borstel of natte gazen i.p.v. een borstel
            • neem een tandpasta met fluoride, die niet irriteert
            • gebruik eventueel mentholvrije tandpasta
            • als tandplaqueverwijdering door poetsen (tijdelijk) niet goed kan, gebruik dan alcoholvrije chloorhexidine mondspoeling of –spray
            • reinig tussen de tanden alleen op de manier zoals u dit al gewend was, zonder het tandvlees hard te raken of te beschadigen
            • 4 tot 10 keer per dag spoelen of sprayen met water of zout oplossing; spoel of spray ook na eventueel braken
            • koud water drinken, kan de pijn verlichten
            • lippen schoon en vet houden met steriele vaseline uit een tube
            • uw gebitsprothese 's nachts niet dragen en bewaren in een glas water
            • uw gebitsprothese helemaal niet dragen als het mondslijmvlies ontstoken is.

            Als uw mondslijmvlies is beschadigd, neem dan contact op met uw behandelend arts . Het is ook verstandig contact op te nemen als u onvoldoende kunt eten of drinken.

             
            Nierfunctiestoornis

            Door de behandeling kan er een beschadiging aan het nierweefsel ontstaan waardoor de functie van de nier achteruit gaat.

            Om uw nieren zoveel mogelijk te beschermen, krijgt u tijdens de behandeling veel vocht toegediend via een infuus.


            Advies
            • het is zeer belangrijk dat u thuis voldoende drinkt, minstens 1½ tot 2 liter per dag. dit zijn 16 kopjes of 14 bekers per dag.

             

            Om uw nierfunctie te meten, wordt voor iedere kuur uw bloed en (soms ook) uw urine onderzocht. Als u een van de volgende klachten heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts:

            • als u niet voldoende kunt drinken, minder dan 1½ tot 2 liter per dag
            • als u tekenen van uitdroging vertoont; dit merkt u aan een droge mond, droge huid, weinig of niet meer kunnen plassen en donkere kleur urine.
             
            Overgevoeligheid (allergie)

            De behandeling kan een allergische reactie geven. Meestal ontstaan allergische klachten direct na het innemen of toediening van medicijnen, soms pas na enkele uren. Een allergische reactie begint vaak met:

            • roodheid en huiduitslag, soms met jeuk over het hele lichaam
            • kuchen
            • onrust

            Wat later kunnen de volgende verschijnselen optreden:

            • bleek zien
            • gezwollen oogleden en een opgezet gezicht
            • beklemmend gevoel op de borst
            • duizeligheid en bloeddrukdaling
            • rillen
            • misselijkheid en darmkrampen
            • kortademigheid
            • gevoel van onrust

            Advies
            • het is belangrijk dat u eventuele klachten tijdens de behandeling zo snel mogelijk meldt aan uw behandelend arts; bij deze klachten wordt de toediening van de medicatie zo nodig tijdelijk onderbroken of gestopt en u krijgt medicijnen toegediend om verergering van de klachten te voorkomen; ze verdwijnen dan meestal snel.
            • deze klachten kunnen gevolgen hebben voor het verloop van de behandeling. U kunt hierbij denken aan medicijnen die herhaling van een allergische reactie voorkomen of de behandeling wordt voortgezet met andere medicijnen. Raadpleeg uw behandelend arts.

             
            Zenuwstelsel

            Door de behandeling kan er schade aan zenuwcellen optreden. De klachten kunnen heel verschillend van aard zijn.

             
            Zenuwstelsel - perifeer

            Als zenuwencellen zijn beschadigd, zullen prikkelingsverschijnselen optreden. Deze klachten zijn het ergst meteen na de behandeling, maar ze verminderen in de weken daarna. Het kan ook zijn dat de klachten pas enkele dagen na de behandeling beginnen. Ze verdwijnen meestal binnen enkele maanden; soms zijn blijvend.

            De volgende klachten kunnen zich voordoen:

            • minder gevoel in handen en/of voeten, vingers en/of tenen
            • tintelingen in handen en/of voeten, vingers en/of tenen
            • een branderig of juist slapend gevoel in handen en/of voeten, vingers en/of tenen
            • minder kracht in armen of benen

            Advies
            • u kunt zelf niets doen om deze bijwerkingen tegen te gaan
            • het is belangrijk dat u de klachten meldt aan uw behandelend arts;indien nodig past de behandelend arts de behandeling aan.

             

            Datum van aanmaak/laatste wijziging behandelplan: 28-05-2008


            Disclaimer

            De informatie op  www.ikcnet.nl/sib is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Middelen bij maligne aandoeningen zijn doorgaans sterk werkzame geneesmiddelen die veel bijwerkingen kunnen veroorzaken. Het optreden van bijwerkingen is onder andere afhankelijk van de dosering, de duur van de behandeling, de combinatie met andere geneesmiddelen, het onderliggend ziektebeeld en eventueel aanwezige orgaanfunctiestoornissen. Daarnaast is er een verschil in het optreden van bijwerkingen tussen verschillende patiënten. Bijwerkingen kunnen onmiddellijk na het toedienen, maar ook veel later optreden. Ondanks de onvoorspelbaarheid van het optreden en de ernst van bijwerkingen is er naar gestreefd veel gerapporteerde bijwerkingen in het systeem op te nemen. Op de informatie voor de patiënt zijn slechts de bijwerkingen die bij meer dan 10% van de patiënten voorkomen gemeld. 
             

            Auteursrecht
            De informatie op deze site mag worden gebruikt, op voorwaarde dat de bron vermeld wordt.
            Referenties naar deze website: www.ikcnet.nl/sib, URL bezochte pagina, bezocht: dd.mm.jjjj.