Samenstellen Informatie over Bijwerkingen
behandelschema bijwerkingen behandelwijzer printversie 
behandelplannen





behandelplan(-nen):


toon

Bijwerkingen en adviezen

 
Beenmerg

In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten.

 
Beenmerg - bloedarmoede

Bloedarmoede is een tekort aan rode bloedcellen. Een ander woord hiervoor is anemie.

 

Klachten kunnen zijn:

  • kortademigheid en vermoeidheid, zelfs als u maar heel weinig hebt gedaan
  • het zwart voor de ogen zien bij opstaan uit bed of stoel
  • bleekheid, lusteloosheid
  • duizeligheid, hoofdpijn
  • niet goed kunnen slapen
  • niet goed kunnen concentreren
  • hartklachten of hartkloppingen
  • koud gevoel, transpireren

Advies

U kunt hier zelf niets aan doen. Deze vorm van bloedarmoede (die ontstaat door de behandeling van kanker) is niet te behandelen door anders te gaan eten dan u gewend bent. Daarom is het raadzaam om bij bovengenoemde klachten contact op te nemen met uw behandelend arts.

 

 

 
Beenmerg - tekort aan bloedplaatjes

Door de behandeling kan er een tekort aan bloedplaatjes in het bloed ontstaan. Dit heet trombocytopenie. Bloedplaatjes (een ander woord is trombocyten) spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling. Door een daling van het aantal bloedplaatjes is het bloed dunner en stolt het minder snel.

 

Klachten kunnen zijn:

  • sneller een bloedneus krijgen
  • blauwe plekken
  • bloed bij plassen
  • bloed bij hoesten
  • bloedend tandvlees
  • puntvormige bloedinkjes in de huid
  • bloed bij braken
  • bloed in de ontlasting
  • bij vrouwen kan de menstruatie anders zijn
  • heel soms spontane bloedingen

 

 


Advies

Heeft u last van één of meer van bovengenoemde klachten, neem dan contact op met de behandelend arts.

Wat kunt u zelf doen:

  • pas op met stoten (blauwe plekken) en krab geen wondjes open
  • als u een wondje heeft, druk dit dan een tijdje stevig dicht (bijv. met een steriel gaasje)
  • gebruik geen scherpe voorwerpen (elektrisch scheren is beter dan met een mesje)
  • probeer de ontlasting soepel te houden door veel te drinken. Veel betekent dat u per dag 1½ tot 2 liter moet drinken; dit zijn 16 kopjes of 14 bekers per dag 
  • gebruik bij het tandenpoetsen een zachte borstel
  • neem de temperatuur op onder de arm of met een oorthermometer (en niet via de anus)
 
Beenmerg - tekort aan witte bloedcellen

Door de behandeling kan er een tekort aan witte bloedcellen in uw bloed optreden. Een ander woord voor witte bloedcellen is leukocyten. Witte bloedcellen zorgen voor afweer tegen infecties. Heeft u te weinig witte bloedcellen, dan krijgt u eerder infecties. Ook verlopen de infecties heftiger dan normaal. Na het starten van de kuur komt er een moment dat u de minste witte bloedcellen heeft, dit noemen we de dipperiode.

 

Heeft u een infectie, dan kunt u verschillende klachten krijgen:

  • een lichaamstemperatuur van 38,5 ºC of hoger, soms met koude rillingen
  • slijm ophoesten

  • pijn bij het plassen

  • troebele urine
  • vaker plassen
  • pijnlijke plekken in de mond of pijn bij het slikken
  • buikpijn
  • diarree

 

Welke klachten u krijgt, hangt af van de plaats van de infectie.


Advies

Er is wel een aantal maatregelen dat u kunt nemen om de kans op infecties in een dipperiode zoveel mogelijk tegen te gaan.

  • als u een van bovengenoemde klachten heeft, meet dan uw temperatuur
  • als u een van bovengenoemde klachten heeft en/of een temperatuur van 38,5 °C of hoger, neem dan contact op met uw behandelend arts
  • zorg voor een goede lichaamshygiëne (ga een keertje vaker onder de douche of in bad)
  • controleer eventuele wondjes op ontstekingsverschijnselen: roodheid, warmte, zwelling en pijn
  • een goede mondverzorging is belangrijk
  • probeer vooral in de dipperiode uzelf te beschermen tegen infecties van buitenaf; ga mensen die verkouden zijn of griep hebben zo veel mogelijk uit de weg
  • mijd plaatsen waar veel mensen bij elkaar zijn, zoals het openbaar vervoer, winkels, voetbalstadia en kerken
  • uw voeding kan ook een infectiebron zijn, houd hier rekening mee bij wat u eet tijdens een dipperiode
 
Darmen

Door de behandeling kunt u last krijgen van uw darmen. Iedereen heeft een ander ontlastingspatroon. Het is belangrijk dat uw stoelgang regelmatig is en niet te veel afwijkt van het patroon dat u voor de behandeling had.

 
Darmen - diarree

Diarree is een waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 4 keer per dag naar het toilet moet. De opname van vocht en voedingsstoffen in uw darmen is dan verstoord. Dat komt door irritatie van het slijmvlies van de darm en door een verandering in de stofwisseling van de dunne darm. Bij diarree worden voedingsstoffen in de darmen minder goed opgenomen.

 

Klachten kunnen zijn:

  • buikpijn/buikkrampen
  • vaak aandrang om het toilet te bezoeken
  • dunne ontlasting

Advies
  • als u last heeft van diarree is het belangrijk dat u veel drinkt om het vochtverlies aan te vullen en om uitdroging te voorkomen. Dit betekent dat u ongeveer 2 liter per dag moet drinken; dit zijn 16 kopjes of 14 bekers
  • het beste is om water, thee, bouillon (vooral zout) te drinken om de tekorten aan te vullen die de diarree veroorzaken
  • probeer prikkelende of scherpe voeding te vermijden.
  • eet geen grote maaltijden en geen vet, geen grove vezels en gasvormende producten, zoals ui, knoflook, kool, prei.
  • drink geen koolzuurhoudende drank (met prik), geen koffie en geen alcohol
  • een stoppend dieet heeft geen effect
  • vraag zo nodig advies aan een diëtist

     

    Neem bij de volgende klachten contact op met uw behandeld arts:

  • als u diarree heeft die langer dan 24 uur aanhoudt
  • als er bloed bij de ontlasting zit
  • als u diarree heeft in combinatie met braken
 
Darmen - verstopping

Bij verstopping komt de ontlasting minder dan 3 keer per week. Klachten bij verstopping zijn:

  • harde en droge ontlasting
  • persen bij stoelgang
  • opgezette buik
  • buikpijn/darmkrampen
  • verminderde eetlust door een vol gevoel

Advies
  • zorg dat u voldoende drinkt, minstens 2 liter per dag, dit zijn 16 kopjes of 14 bekers per dag
  • eet vezelrijk (indien mogelijk)
  • raadpleeg eventueel een diëtist voor advies
  • probeer zoveel mogelijk te bewegen als u het kunt
  • zo nodig kan uw behandelend arts medicijnen voorschrijven om de stoelgang te bevorderen

 

Neem bij de volgende klachten contact op met uw behandelend arts:

  • als u langer dan 2 dagen geen ontlasting heeft gehad
  • als u hevige buikkrampen heeft
 
Hartproblemen
In zeldzame gevallen is het mogelijk dat deze bijwerking voorkomt.

Tijdens de behandeling krijgt u een medicijn dat de spiercellen van het hart kan beschadigen. Hierdoor kan de werking van de hartspier afnemen. Uw hart heeft dan een verminderde pompkracht of klopt onregelmatig. Deze bijwerking hangt af van de totale hoeveelheid van dit medicijn.

Of deze bijwerking optreedt, verschilt per patiënt. Loopt u door de behandeling risico, dan zal uw arts u regelmatig controleren.


Advies

Als u een van de volgende klachten heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts:

  • extreme vermoeidheid bij lichamelijke inspanning
  • pijn op de borst
  • kortademigheid
  • hartbonzen (vooral ‘s nachts), een onregelmatige hartslag of een erg snelle hartslag
  • vocht vasthouden in de benen (dikke enkels, onderbenen).
 
Hoofdpijn

Door de behandeling kunt u last krijgen van hoofdpijn. Dit kan gepaard gaan met een overgevoeligheid voor prikkels als licht en geluid.


Advies

Overleg met uw behandelend arts welke van de onderstaande adviezen bruikbaar zijn voor u.

  • vermijd een prikkelende omgeving, zorg voor een rustige ruimte, eventueel verduisterd
  • probeer met koude kompressen op het hoofd de pijn te verlichten
  • overleg met uw behandelend arts over het gebruik van pijnstillers
 
Huid

Door de behandeling kan de huid geïrriteerd raken.

 
Huid - hand-voetsyndroom

Tijdens de behandeling kunt u last krijgen van het hand-voet syndroom. Handen en voeten zijn dan pijnlijk, rood en gezwollen en kunnen tintelen of dood aanvoelen. Ook kan de huid schilferen en kunnen er zweren of blaren op de huid ontstaan.

Bij de meeste mensen zijn de klachten mild en verdwijnen deze binnen 1 of 2 twee weken. Zijn de klachten ernstiger, dan zijn medicijnen nodig.


Advies
  • neem contact op met uw verpleegkundige of behandelend arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen. Soms is het nodig om de dosis van het medicijn dat u gebruikt aan te passen zodat de bijwerkingen verminderen. Of uw behandelend arts kan een ander medicijn voorschrijven tegen de bijwerkingen.

 
Huid - uitslag

Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen. We spreken van uitslag wanneer er op de huid bepaalde veranderingen optreden zoals roodheid, vlekken, puisten, pukkels of blaasjes. Dit kan optreden over de gehele huid of in de vorm van een plaatselijke uitslag. 

Een veel voorkomende vorm van huiduitslag is een allergische reactie op medicijnen. Netelroos is daar een voorbeeld van. Een ander woord voor netelroos is galbulten. De allergische reactie uit zich door een jeukende, rode uitslag. Deze huiduitslag is vergelijkbaar met de huiduitslag na contact met een brandnetel. Klachten bij huiduitslag zijn:

  • roodheid van de huid
  • jeuk
  • bultjes
  • verdikte huid
  • overgevoeligheidsreactie/allergische reactie (in de vorm van gordelroos of netelroos)

Advies
  • huidreacties kunnen verergeren door de blootsteling aan zonlicht. Vermijd daarom fel licht op de huid en bescherm de huid met kleren en zonnebrand-crème.
  • verzachtende en beschermende crèmes en zalven bevatten geen werkzame bestanddelen, maar houden de huid wel soepel en voorkomen verdere uitdroging van de huid. Klachten als jeuk, schilfering, kloven en branderige plekken verminderen door deze middelen. Ze zijn zonder recept verkrijgbaar
  • voorbeelden voor een niet al te droge huid: lanettecrème en cetomacrogolcrème
  • voorbeelden voor een erg droge huid: vaseline lanettecrème en vaseline cetomacrogolcrème
  • metholgel kan de huid verkoeling geven
 
Injectieplaats / insteekopening van het infuus

Door de behandeling kan op de plaats van de injectie of insteekopening van het infuus een ongewenste zwelling ontstaan. De huid kan (rood) verkleuren of er ontstaat irritatie van het bloedvat.

 
Koorts op dag van toediening

Koorts is een verhoging van de lichaamstemperatuur boven de 38,5°C. Door de behandeling kan koorts op de dag van toediening ontstaan. De koorts verdwijnt spontaan binnen 24 uur na de toediening.


Advies
  • bij koorts heeft het lichaam extra vocht nodig. Door de koorts en het zweten, verliest u meer vocht dan gewoonlijk. Daarom is het belangrijk dat u voldoende drinkt. Voldoende betekent dat u per dag 1½ tot 2 liter moet drinken; dit zijn 16 kopjes of 14 bekers per dag
  • alleen op advies van uw behandelend arts dagelijks 2 tot 4 tabletten (dd 1000 mg) paracetamol innemen tegen de koorts. Bij de volgende behandeling kunt u hier al vooraf mee beginnen.

 

Neem in ieder geval contact op met uw behandelend arts:

  • wanneer de koorts van 38,5 ºC of hoger op de dag van toediening nog niet is verdwenen na 24 uur.
 
Krachtsvermindering

Door de behandeling kan de kracht in uw armen en benen verminderen. De volgende klachten kunnen voorkomen:

  • u voelt zich slapper dan normaal
  • het evenwicht kan verstoord raken
  • u heeft minder uithoudingsvermogen
  • u kunt eerder vermoeid zijn dan normaal

Advies
  • blijf lichamelijk actief, maar verdeel uw energie over de dag
  • houd uw conditie op peil 
 
Leverfunctiestoornis

Door de behandeling kan de leverfunctie verstoord raken. Stoornissen van de leverfunctie zijn vaak te zien aan afwijkingen in het bloed. Daar zult u in eerste instantie niet veel van merken. Pas bij ernstige leverfunctiestoornissen kunt u klachten krijgen als vermoeidheid, complete malaise of geelzucht.

 

Als er leverfunctiestoornissen optreden, kunnen die het verloop van de behandeling veranderen. U krijgt bijvoorbeeld een lagere dosis toegediend of de behandelend arts schrijft een ander middel voor.


Advies
  • Heeft u klachten die (kunnen) wijzen op ernstige leverfunctiestoornissen, meldt dit dan aan uw behandelend arts.
 
Longklachten

Door de behandeling kunnen de longen worden aangetast en kan de longfunctie verminderen.

Klachten kunnen zijn:

  • hoesten zonder opgeven van slijm

  • kortademigheid, eerst bij lichamelijke inspanning en later ook in rust

  • moeizame ademhaling

  • druk op de borst

  • vermoeidheid

  • benauwdheid

  • snelle ademhaling

  • koorts (bijvoorbeeld bij een longontsteking)

     

 
Longklachten - benauwd

Bij benauwdheid heeft u het vervelende en vooral angstige gevoel dat u niet of onvoldoende kunt ademhalen.


Advies

Neem contact op met uw behandelend arts bij een van de volgende klachten:

  • plotseling optredende kortademigheid
  • een gevoel van benauwdheid
  • een snelle ademhaling die u niet kunt corrigeren
  • koorts
 
Misselijkheid en braken

Door de behandeling kunt u last krijgen van misselijkheid en braken.

U kunt de volgende klachten krijgen:

  • kokhalzen en braken
  • weinig of geen eetlust
  • maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn
  • buikpijn of -krampen, opgezette buik, rommelingen in de buik
  • dorst

 

Medicijnen kunnen misselijkheid en braken verminderen of voorkomen. Het is belangrijk dat u de medicijnen altijd inneemt zoals u met uw behandelend arts hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om de medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.

 

 


Advies
  • gebruik vaker een kleine maaltijd. Probeer een lege maag te vermijden door regelmatig een kleinigheidje te eten, zoals een cracker of beschuit of een schaaltje yoghurt
  • Ochtendmisselijkheid vermindert soms na het eten van een toastje of beschuit voor het opstaan. Leg in de avond bijvoorbeeld een pakje toastjes klaar naast het bed of een pakje met soepstengels en smeerkaas
  • pas de maaltijden aan, neem geen producten die de misselijkheid vergroten
  • drink veel, tenminste 1,5 liter per dag. Dit zijn 14 kopjes of 12 bekers per dag
  • door op iets te zuigen, gaan de speekselklieren werken. Dit voorkomt een droge mond en een vieze smaak in de mond. Denk aan (suikervrije) zuurtjes, ijsklontje, waterijsje, zachte stukjes fruit en dropjes
  • probeer of het drinken van koolzuurhoudende dranken helpt. De koolzuur kan helpen om overtollige lucht uit de maag op te boeren en zo een vol gevoel te verlichten. Neem de koolzuurhoudende drank niet te koud, dit kan weer maagklachten geven
  • zorg voor een rustige omgeving en frisse lucht. Drukte en nare luchtjes kunnen de misselijkheid verergeren. Maak, wanneer mogelijk, een korte wandeling buiten. Dit kan helpen om de misselijkheid te verminderen en het eten na een maaltijd te laten zaken. Blijf uit de keuken waar net eten is klaargemaakt en ventileer uw woning goed
  •  
    probeer gerechten die koud of op kamertemperatuur zijn, deze worden vaak beter verdragen. Laat warme voedingsmiddelen en dranken afkoelen tot ze lauwwarm zijn
  • neem een goede houding aan. Ga wanneer mogelijk rechtop zitten tijdens de maaltijd of probeer met het bovenste deel van het lichaam rechtop te zitten Ga niet meteen na de maaltijd weer liggen. Blijf tot een half uur na de maaltijd rechtop zitten. De maaltijd kan zo beter zakken en dat beperkt de misselijkheid

(www.voedingenkankerinfo.nl)

 

Het is raadzaam om contact op te nemen met uw behandelend arts bij de volgende klachten:

  • ernstig en aanhoudend braken gedurende 24 uur of langer
  • als u niet voldoende kunt drinken, minder dan 1½ liter per dag (dat zijn 12 kopjes of 10 bekers)
  • als u tekenen van uitdroging vertoont; dit merkt u aan een droge mond, droge huid, weinig of niet meer kunnen plassen en een donkere kleur urine.

 

U kunt bij uw arts vragen naar een doorverwijzing naar een diëtist. 
Voor diëtisten bij u in de buurt, raadpleeg hier de Verwijsgids Kanker.

 
Pijnlijke mond en keel

Door de behandeling kan het slijmvlies in uw mond of keel:

  • geirriteerd raken
  • beschadigen
  • ontsteken

 

Klachten waaraan u dat merkt, zijn:

  • droge mond
  • brandend gevoel in mond of keel
  • brandende tong
  • pijnlijke lippen
  • gevoeligheid voor de temperatuur van eten en drinken
  • gevoeligheid bij het eten of drinken van zure of gekruide spijzen en dranken
  • snel bloedend tandvlees, tandpijn
  • slechte adem
  • kans op tandbederf
  • keelpijn
  • slikproblemen
  • roodheid

 

 


Advies
  • overweeg voor het starten van de behandeling naar de tandarts te gaan, voor een goed verzorgd en gezond gebit
  • als u tijdens de behandeling naar de tandarts moet, meld dan altijd dat u chemotherapie krijgt
  • verzorg uw mond goed

 

Tips voor een goede mondverzorging:

  • poets 2 tot 4 keer per dag uw tanden
  • gebruik een zachte tandenborstel, eventueel een elektrische borstel of natte gazen i.p.v. een borstel
  • neem een tandpasta met fluoride, die niet irriteert
  • gebruik eventueel mentholvrije tandpasta
  • als poetsen (tijdelijk) niet goed kan, gebruik dan alcoholvrije chloorhexidine mondspoeling of –spray
  • reinig tussen de tanden alleen op de manier zoals u dit al gewend was, zonder het tandvlees hard te raken of te beschadigen
  • spoel of spray 4 tot 10 keer per dag uw mond met water of een zoutoplossing; spoel of spray ook na eventueel braken
  • drink koud water, dat kan de pijn verlichten
  • houd uw lippen schoon en houd ze vet met steriele vaseline uit een tube
  • draag uw gebitsprothese niet 's nachts en bewaar deze in een glas water
  • draag uw gebitsprothese helemaal niet als het mondslijmvlies ontstoken is

 

Als uw mondslijmvlies is beschadigd, neem dan contact op met uw behandelend arts. Het is ook verstandig contact op te nemen als u onvoldoende kunt eten of drinken.

 

U kunt bij uw arts vragen naar een doorverwijzing naar een diëtist. 
Voor diëtisten bij u in de buurt, raadpleeg hier de Verwijsgids Kanker.

 

 
Vermoeidheid

Door de behandeling kunt u vermoeid raken. De meest voorkomende klachten zijn:

  • voortdurend een gevoel van uitputting hebben
  • lichamelijke en/of geestelijke inspanning kost meer moeite
  • een (groot) gebrek aan energie, u denkt niets meer te kunnen
  • prikkelbaarheid
  • emotionele labiliteit, stemmingswisselingen
  • gebrek aan belangstelling voor de omgeving
  • slaperigheid en lusteloosheid


De vermoeidheidsklachten kunnen na de behandeling nog lang aanhouden. Soms enkele maanden, soms zelfs jaren. De vermoeidheid kan veroorzaakt worden door lichamelijke, psychische en emotionele omstandigheden.

 


Advies
  • beweeg zoveel mogelijk, want als u minder doet, gaat uw conditie achteruit
  • overweeg te sporten onder begeiding van een fysiotherapeut
  • uw energie is kostbaar, ga er zorgvuldig mee om
  • bepaal zelf waaraan u energie wilt besteden
  • wees duidelijk over wat u wel en niet kunt en wilt doen
  • vraag zo nodig hulp van familie of vrienden of schakel de thuiszorg in
  • zorg dat u goed slaapt, houd u aan vaste tijden om naar bed te gaan en op te staan
  • doe op tijd leuke en ontspannende dingen.

Zie ook de website www.kanker.nl voor meer informatie over vermoeidheid.

 

Raadpleeg de Verwijsgids Kanker welke zorgverleners bij u in de buurt u kunnen helpen met klachten van vermoeidheid.

 
Zenuwstelsel

Door de behandeling kan er schade aan zenuwcellen optreden. De klachten kunnen heel verschillend van aard zijn.

 
Zenuwstelsel - Koud gerelateerde klachten

Door de behandeling kan het zijn dat u extra last heeft van koude temperaturen. Als dit gevoel optreedt gebeurt het meestal tijdens of binnen enkele uren na de behandeling. Hoewel het een onaangenaam gevoel is, zullen de klachten afnemen zodra de koude bron weg is.

 

De volgende klachten kunnen zich voordoen:

  • gevoel dat u minder goed kan slikken
  • kortademigheid (dyspnoe)
  • gevoel dat u stikt zonder dat dit echt gebeurd
  • krampen in de keel (strottenhoofd, laryngospasme) en/of kramp van de spieren bij de longen (bronchospasme, acuut syndroom van faryngolaryngeale dysesthesie).
  • tijdelijk vast zitten van de kaak

Advies

Vermijd gedurende de eerste dagen na de toediening wisselingen van temperatuur:

  • wees voorzichtig met het pakken van producten uit koelkast of diepvries.
  • vermijd het drinken van koude dranken
  • was uw handen met lauw/warm water
  • draag een sjaal/das en zo nodig een muts wanneer u naar buiten gaat
  • gebruik zo nodig warmtepakkingen bij het optreden van bovengenoemde klachten.
  • het is belangrijk dat u de klachten meldt aan uw behandelend arts; indien nodig past de behandelend arts de behandeling aan.
 
Zenuwstelsel - Zenuwbeschadigingen (neuropathie)

Door de behandeling kunnen zenuwcellen beschadigen. Als zenuwcellen zijn beschadigd, zullen er klachten optreden. Deze klachten zijn het ergst meteen na de behandeling, maar ze verminderen in de weken daarna. Het kan ook zijn dat de klachten pas enkele dagen na de behandeling beginnen. Ze verdwijnen meestal binnen enkele maanden; soms zijn ze blijvend.

 

De volgende klachten kunnen zich voordoen:

  • minder gevoel in handen en/of voeten, vingers en/of tenen
  • tintelingen in handen en/of voeten, vingers en/of tenen
  • een branderig of juist slapend gevoel in handen en/of voeten, vingers en/of tenen
  • minder kracht in armen of benen
  • pijnklachten van handen, voeten en huid bij koude omstandigheden
  • verlies fijne motoriek

Advies
  • vermijd contact met kou, zoals kou uit de koelkast of kou van buiten
  • Meld klachten aan uw behandelend arts. Indien nodig past deze de behandeling aan.