Beenmerg |
|
Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen
door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende
bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel
belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet
letten. |
| |
Beenmerg - bloedarmoede |
|
Bloedarmoede is een tekort aan rode bloedcellen
(erytrocyten) en wordt ook wel anemie genoemd.
U hebt een verhoogde kans op:
- kortademigheid en vermoeidheid, zelfs als u maar heel weinig hebt gedaan
- het zwart voor de ogen zien bij opstaan uit bed of stoel
- bleekheid, lusteloosheid
- duizeligheid, hoofdpijn
- niet goed kunnen slapen of niet goed kunnen concentreren
- hartklachten of hartkloppingen
- koud gevoel, transpireren
|
Advies |
u kunt hier zelf niets aan doen, ook niet door anders te gaan eten dan u
gewend bent. Daarom is het raadzaam om bij bovengenoemde klachten contact op te
nemen met uw behandelend arts. |
| |
Beenmerg - leukopenie |
Leukopenie is een tekort aan witte bloedlichaampjes
(leukocyten) in uw bloed. Witte bloedlichaampjes zorgen voor afweer tegen
infecties. Bacteriën of ziekten die voor de gezonde mens weinig gevaar
opleveren, kunnen bij u –omdat u wat kwetsbaarder bent- tot heftige reacties
leiden met hoge koorts. Ongeveer tussen de 10e en de 15e
dag na het starten van de kuur hebt u de minste witte bloedlichaampjes. Dit heet
een dipperiode. Daar kunt niets tegen doen. Er is wel een aantal maatregelen dat
u kunt nemen om de kans op infecties in zo’n periode zoveel mogelijk tegen te
gaan. Een infectie is onder andere te herkennen aan een lichaamstemperatuur van
38,5 ºC of hoger, soms met koude rillingen.
Afhankelijk van de plaats waar de infectie zit, kunnen dan
de volgende klachten ontstaan:
- slijm ophoesten
- pijn bij het plassen
- troebele urine
- vaker plassen
- pijnlijke plekken in de mond of pijn bij het slikken
- buikpijn
- diarree
|
Advies |
- als u een van bovengenoemde klachten heeft meet dan uw temperatuur
- als u een van bovengenoemde klachten heeft en/of een temperatuur van 38,5
°C of hoger, neem dan contact op met uw behandelend arts
Volg in ieder geval de volgende adviezen op:
- zorg voor een goede lichaamshygiëne (ga een keertje vaker onder de douche
of in bad)
- controleer eventuele wondjes op ontstekingsverschijnselen: roodheid,
warmte, zwelling en pijn
- een goede mondverzorging is belangrijk (zie hiervoor de informatie over de
mondholte)
- probeer vooral in de dipperiode uzelf te beschermen tegen infecties van
buitenaf; ga mensen die verkouden zijn of griep hebben zo veel mogelijk uit de
weg. Plaatsen waar veel mensen bij elkaar zijn, zoals het openbaar vervoer,
winkels, voetbalstadia en kerken kunt u in deze periode beter mijden. Als u
toch maar een belangrijke gebeurtenis of bijeenkomst toe moet, neem dan
bovengenoemde maatregelen
Uw voeding kan ook een infectiebron zijn, houd hier
rekening mee bij wat u eet tijdens een dipperiode. |
| |
Beenmerg - trombocytopenie |
Trombocytopenie is een tekort aan bloedplaatjes
(trombocyten) in het bloed. Bloedplaatjes spelen een belangrijke rol bij de
bloedstolling. Door een daling van het aantal bloedplaatjes is het bloed dunner
en stolt het minder snel.
U hebt een verhoogde kans op:
- een neusbloeding die langer aanhoudt
- blauwe plekken
- bloed bij plassen
- bloed bij hoesten
- bloedend tandvlees
- puntvormige bloedinkjes in de huid
- bloed bij braken
- bloed in de ontlasting
- bij vrouwen kan de menstruatie anders zijn
In uitzonderlijke gevallen treden er spontane bloedingen
op. |
Advies |
|
Als u een van bovengenoemde klachten heeft, neem dan contact op met de
behandelend arts.
En let vooral goed op de volgende adviezen:
- pas op met stoten (blauwe plekken) en krab geen
wondjes open
- als u een wondje heeft, druk dit dan een tijdje
stevig dicht (bijv. met een steriel gaasje)
- gebruik geen scherpe voorwerpen (elektrisch scheren
is beter dan met een mesje)
- probeer de ontlasting soepel te houden door veel te
drinken
- gebruik bij het tandenpoetsen een zachte borstel
- neem de temperatuur op onder de arm of met een
oorthermometer
- de menstruatie zal over het algemeen heviger zijn, maar kan als u
chemotherapie heeft soms ook wegblijven
|
| |
Darmen |
Door de
behandeling kunt u last krijgen
van uw darmen. Iedereen heeft een
ander ontlastingspatroon. Het is belangrijk
dat uw stoelgang regelmatig is en niet
te veel afwijkt van het patroon waaraan
u gewend bent. |
| |
Darmen - diarree |
|
Diarree is een waterige dunne ontlasting die meer dan 4 keer per
dag voorkomt. De opname van vocht en voedingsstoffen in uw darmen is dan
verstoord. Dat komt door irritatie van het slijmvlies van de darm en door een
verandering in de stofwisseling van de dunne darm. Bij diarree worden
voedingsstoffen in de darmen minder goed opgenomen.
U kunt last hebben van de volgende klachten:
buikpijn/buikkrampen
vaak aandrang om het toilet te bezoeken
dunne ontlasting
|
Advies |
|
als u last heeft van diarree is het belangrijk dat u veel drinkt om het
vochtverlies aan te vullen en op peil te houden. Dit betekent dat u ongeveer 2
liter per dag moet drinken; dit zijn 16 kopjes of 14 bekers
het beste is om water, thee, bouillon (vooral zout)
te drinken om de tekorten aan te vullen die de diarree veroorzaken
probeer prikkelende of scherpe voeding te vermijden.
Eet geen grote maaltijden en geen vet, geen grove vezels en gasvormende
producten, zoals ui, knoflook, kool, prei. Drink geen koolzuurhoudende drank
(met prik), geen koffie en geen alcohol
een stoppend dieet heeft geen effect
vraag zo nodig advies aan een diëtist
Neem bij de volgende klachten contact
op met uw behandeld arts:
als u diarree heeft die langer dan 24 uur aanhoudt
als er bloed bij de ontlasting zit
als u diarree heeft in combinatie met braken
|
| |
Gehoorafwijkingen |
Door de behandeling kan het zijn dat u slechter hoort dan
u gewend bent en u kunt oorsuizingen hebben. Met behulp van een audiogram
(gehooronderzoek) worden de klachten onderzocht (gemeten) en wordt geprobeerd
gehoorverlies in een vroeg stadium te voorkomen of in ieder geval te
beperken. |
Advies |
- u kunt zelf niets doen om deze klachten te voorkomen. Oorsuizingen gaan
meestal vanzelf over. Maar doofheid gaat niet van zelf over. Als u dus
klachten heeft aan uw gehoor is het belangrijk om deze met uw behandelend arts
te bespreken.
|
| |
Misselijkheid en braken |
Door de behandeling kunt u last krijgen van misselijkheid en braken.
U kunt de volgende klachten krijgen:
- kokhalzen en braken
- weinig of geen eetlust
- maagklachten, zoals een vol gevoel of pijn
- buikpijn of -krampen, opgezette buik, rommelingen in de buik
- dorst
Medicijnen kunnen misselijkheid en braken verminderen of voorkomen. Het is belangrijk dat u de medicijnen altijd inneemt zoals u met uw behandelend arts hebt besproken. Houdt u aan de vaste tijden om de medicijnen in te nemen, ook als u niet misselijk bent.
|
Advies |
- gebruik vaker een kleine maaltijd
- pas de maaltijden aan, neem geen producten die de misselijkheid vergroten
- drink veel, tenminste 2 liter per dag.
Het is raadzaam om contact op te nemen met uw behandelend arts bij de volgende klachten:
- ernstig en aanhoudend braken gedurende 24 uur of langer
- als u niet voldoende kunt drinken, minder dan 1½ liter per dag (dat zijn 16 kopjes of 14 bekers)
- als u tekenen van uitdroging vertoont; dit merkt u aan een droge mond, droge huid, weinig of niet meer kunnen plassen en donkere kleur urine.
|
| |
Nierfunctiestoornis |
Door de behandeling kan er een beschadiging aan het nierweefsel ontstaan
waardoor de functie van de nier achteruit gaat.
Om uw nieren zoveel mogelijk te beschermen, krijgt u
tijdens de behandeling veel vocht toegediend via een infuus. |
Advies |
- het is zeer belangrijk dat u thuis voldoende drinkt, minstens 1½ tot 2
liter per dag. dit zijn 16 kopjes of 14 bekers per dag.
Om uw nierfunctie te meten, wordt
voor iedere kuur uw bloed en (soms ook) uw urine onderzocht. Als u een van de volgende klachten heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts:
- als u niet voldoende kunt drinken, minder dan 1½ tot 2 liter per dag
- als u tekenen van uitdroging vertoont; dit merkt u aan een droge mond,
droge huid, weinig of niet meer kunnen plassen en donkere kleur
urine.
|
| |
Smaak (verandering of vermindering) |
|
Door de behandeling kan uw smaak veranderen of verminderen. Wat u proeft of
hoe iets smaakt verandert door verhoging of verlaging van de zogenaamde
‘smaakdrempels’ De uitgesproken smaken zoals zoet, zout, zuur of bitter worden
anders geproefd. Een bittere smaak (‘metalig, gallig’) kan overheersen. Ook uw
reuk zal misschien veranderen. Er kan een ongevoeligheid voor geuren ontstaan (u
ruikt veel minder of niks) of juist een overgevoeligheid voor geuren (u ruikt
alles sterker) die beide niet overeenkomen met de smaak. Uw smaakvoorkeur is
niet meer hetzelfde. |
Advies |
Omdat dit per dag kan wisselen, is het belangrijk te
experimenteren en ervoor te zorgen dat:
- het eten er aantrekkelijk en lekker uitziet
- u voldoende drinkt; dit laatste is erg belangrijk.
|
| |
Zenuwstelsel |
|
Door de behandeling kan er schade aan zenuwcellen
optreden. De klachten kunnen heel verschillend van aard
zijn. |
| |
Zenuwstelsel - perifeer |
|
Als zenuwencellen zijn beschadigd, zullen
prikkelingsverschijnselen optreden. Deze klachten zijn het ergst meteen na de
behandeling, maar ze verminderen in de weken daarna. Het kan ook zijn dat de
klachten pas enkele dagen na de behandeling beginnen. Ze verdwijnen meestal
binnen enkele maanden; soms zijn blijvend.
De volgende klachten kunnen zich voordoen:
- minder gevoel in handen en/of voeten, vingers en/of
tenen
- tintelingen in handen en/of voeten, vingers en/of
tenen
- een branderig of juist slapend gevoel in handen en/of
voeten, vingers en/of tenen
- minder kracht in armen of benen
|
Advies |
- u kunt zelf niets doen om deze bijwerkingen tegen te gaan
- het is belangrijk dat u de klachten meldt aan uw behandelend arts;indien
nodig past de behandelend arts de behandeling aan.
|
| |